Troostmeisjes
Henriette van Wermeskerken • 9 september 2026
Hoe lang kan een geschiedenis pijn doen? Wanneer kan het worden losgelaten en wanneer is er verzoening? En wat voor een voorouder wil ik zijn.

Ik las een boek over troostmeisjes en mijn dochter ging naar Japan
Is dat raar? Of heel gewoon?
Troostmeisjes, een akelig eufemisme voor slachtoffers van Japanse dwangprostitutie. Vrouwen en meisjes die in de Tweede Wereldoorlog werden vastgehouden in bordelen waar ze dag in, dag uit verkracht werden. Ze kwamen uit allerlei landen: Korea, China, Taiwan, en ook uit Nederlands-Indië. In totaal ging het naar schatting om 500.000 tot 800.000 slachtoffers. Waar Japanse troepen waren, werden ‘comfort houses’ ingericht.
Ik verdiepte me in het fenomeen omdat ik het levensverhaal van mijn grootmoeder schrijf. Zij zat van eind 1942 tot september 1945 gevangen in Japanse interneringskampen op Java. Vlak voordat zij in kamp Lampersari in Semarang kwam, waren daar meisjes weggehaald en naar bordelen gebracht. Ik las verslagen over hun gruwelijke lot. Voor velen van hen bleef het levenslang oorlog.
Japan is een populair vakantieland. Mijn dochter is er al twee keer geweest en vindt het fantastisch.
Dat zij daar was terwijl ik mij verdiepte in ‘troostmeisjes’ vond ik een rare gedachte. Maar waarom eigenlijk? Moet zij, als achterkleindochter van mijn grootmoeder, tegen Japan zijn? Moeten wij Japanners ‘fout’ blijven vinden, om wat er gebeurd is tijdens de bezetting van voormalig Nederlands-Indië? Hoe kijken wij naar het gedrag van ons ‘eigen’ Nederland, tijdens 350 jaar koloniaal bewind in Indonesië? En naar het gedrag van allerlei andere landen, vroeger en nu?
We hebben net de jaarlijkse 15 augustus-herdenking achter de rug. Bij het Indisch Monument in Den Haag zijn alle slachtoffers herdacht van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting. De belangstelling voor de bijeenkomst was groter dan ooit. Ruim twee miljoen Nederlanders hebben een Indische familiegeschiedenis.
Behalve de nationale herdenking zijn er op verschillende plekken kleinschalige lokale herdenkingen. Eén daarvan is in de Haagse Duinzichtkerk, al 25 jaar. Dit jaar was ik betrokken bij de organisatie van die herdenking.
‘Wat voor voorouders willen wij zijn?’ was het thema. Daarbij heeft Esmay Usmany ons geïnspireerd. In haar column in Moesson (juni 2025) schreef zij: ‘Ik wil een voorouder zijn die niet zwijgt waar het pijn doet. Die ruimte laat voor verdriet, maar óók voor trots. Die verhalen levend houdt. Niet als erfstuk, maar als richting. Ik wil doorgeven wat ik ontvangen heb: het vermogen om je geschiedenis niet te vergeten, maar te dragen. Met open handen, niet met gebalde vuisten.’
Bij herdenken gaat het niet alleen om terugkijken. Het gaat om het doorgeven van de verhalen. We hadden inspirerende sprekers en Esmay Usmany zorgde voor de muziek. Het was een indrukwekkende en ontroerende bijeenkomst. Onder de aanwezigen: Paul Doop en Hélène Oppatja, bestuursleden van de Nationale herdenking 15 augustus 1945, en de ambassadeur van Japan. Die nodigen wij altijd uit. Dit jaar was dat voor het eerst Rokuichiro Michii. We droegen de melati, nationaal symbool voor de 15 augustus-herdenking.
Aan het eind van de bijeenkomst kregen we allemaal een witte roos van Yukari Tangena-Suzuki. De roos van verzoening, die zij elk jaar uitdeelt. Mooi om die uit handen van deze Japanse te ontvangen. Net zoals het mooi is dat mijn dochter en vele anderen genieten van wat Japan te bieden heeft. Zonder dat wij onze geschiedenis vergeten. Daarom schrijf ik ons verhaal op. Om door te geven aan de volgende generaties. Ik denk dat mijn grootmoeder trots op mijn dochter zou zijn.
Over ‘troostmeisjes’:
· https://nl.wikipedia.org/wiki/Troostmeisje
· Griselda Molemans, Levenslang oorlog, 2019
· Brigitte Ars, Troostmeisjes. Verkrachting in naam van de keizer, 2000
· Nationaal Archief










